Geschreven op 28 oktober 2015
Hoe heilig zijn wij?
De roeping en de zending van elke christen is om heilig te zijn. Het hoogfeest van Allerheiligen nodigt ons uit om daar werk van te maken. Al te vlug wijzen we de heiligheid van ons weg en besteden we ze uit aan de ‘echte’ heiligen, die op de kalender staan. Maar dit feest van alle heiligen is allereerst een oproep aan alle gedoopten om hun doopselgenade intenser en authentieker te beleven. De lezingen die de liturgie ons geeft op dit feest gaan precies daarover. De eerste lezing uit het boek van de Openbaring van Johannes heeft het over een ‘grote menigte die niemand tellen kan, uit alle rassen en stammen en volken en talen…gekleed in witte gewaden.’ Dat zijn wij die het witte doopkleed hebben aangetrokken, de nieuwe mensen in Christus, ‘gewassen in het bloed van het Lam’. Paulus , in de tweede lezing, zegt wie wij door ons doopsel zijn geworden: de veelgeliefde kinderen van God die geroepen zijn om rein te zijn, zoals Christus rein is: witter dan wit dus! In het evangelie horen we de zaligsprekingen uit de mond van Jezus, het zijn onderrichtingen aan de leerlingen, die van toen en die van nu: ‘Zalig de armen van geest, zalig de treurenden, zalig de zachtmoedigen, zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, zalig de barmhartigen, zalig die vrede brengen, zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, zalig die vervolgd worden, beschimpt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht worden om Jezus wil… ‘verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel’. Dat zijn wij, als we ons doopsel ernstig nemen.
