Het jubeljaar is ook een gelegenheid om na te denken over de aflaat. Die heeft een bijzonder belang in dit Heilig Jaar. Gods vergeving van onze zonden kent geen grenzen. In de dood en de verrijzenis van Jezus Christus wordt Gods liefde en zijn kracht om de zonde van de mensen te vernietigen, zichtbaar. Doorheen dit paasmysterie en de bemiddeling van de Kerk is het mogelijk om zich met God te verzoenen. God is altijd bereid om vergeving te schenken en Hij wordt het nooit moe deze op een nieuwe en verrassende manier aan te bieden. Wij zondigen allemaal. Wij weten dat we tot volmaaktheid geroepen zijn (cf. Mt 5,48), maar we ervaren de zware last van de zonde. Ook al voelen we de kracht van de genade die ons omvormt, toch ervaren we ook de macht van de zonde die ons conditioneert. Ondanks de vergeving blijft ons leven getekend door tegenstrijdigheden die het gevolg zijn van onze zonden. In het sacrament van de verzoening vergeeft God de zonden, zijn ze werkelijk uitgewist, en toch blijft de negatieve afdruk van de zonden aanwezig in ons doen en denken. Gods barmhartigheid is nochtans veel sterker dan dit. Ze wordt kwijtschelding (= aflaat) van de Vader: door de bemiddeling van de Bruid van Christus die de Kerk is, komt Hij de zondaar die al vergiffenis kreeg, tegemoet en bevrijdt hem van wat overblijft van de gevolgen van de zonde, door hem de kracht te geven om in liefde te handelen, te groeien in liefde in plaats van te hervallen in de zonde.
› Lees meer