‘Wat wilt ge dat Ik voor u doe?’

21 oktober 2015

Categorie: default - Reageer

‘Wat wilt ge dat Ik voor u doe?’

 Deze vraag komt van Jezus en Hij stelt ze verschillende malen aan de mensen die Hem ontmoeten. ‘Wat wilt gij dat Ik voor u doe?’, voor de blinde Barthimeüs is het antwoord vlug klaar: ‘Maak dat ik zien kan.’ De leerlingen, Jakobus en Johannes, zijn ook goed voorbereid. Hun antwoord is: ‘Geef dat in uw Glorie de een van ons aan uw rechter- en de ander aan uw linkerhand moge zitten.’ De zieke wil gezond worden, de leerlingen willen gezond blijven. De zieke verlangt lichamelijke gezondheid, de leerlingen geestelijke. Maar telkens is de vraag dezelfde: ‘Wat wilt gij dat Ik voor u doe?’.

We kunnen ons herkennen in de noodlijdenden en in de leerlingen die Jezus ontmoeten. Ook wij zijn meestal goed voorbereid om de Heer te antwoorden. Vaak hoeft Hij zijn vraag niet eens te stellen en presenteren wij onmiddellijk het antwoord: ‘Ik wil dat…’. En wat we willen dat Jezus voor ons doet gaat eveneens over lichamelijke en geestelijke noden, maar in tegenstelling tot wat Jakobus en Johannes vragen, betreffen ons verlangen meestal het hier en het nu en gaan ze niet over later, over het Rijk der hemelen. En toch zingen we bij verjaardagen uit volle borst: ‘Lang zal hij/zij leven in de gloria!’. We zingen het wel, maar menen we het ook voor anderen en voor onszelf: eeuwige leven in Gods Gloria?

We vragen dus en we mogen dat, zoals alle mensen in het evangelie Jezus de meest uiteenlopende vragen stellen. Maar aan wie vragen wij? Wie is Jezus voor ons? Is Hij een wonderman die alles kan en liefst moet als het voor ons is? Of is Hij de Zoon van God, zijn veelgeliefde, die ons Gods liefde verkondigt en toont? Als Hij dat is voor ons, dan richten wij onze vragen aan een geliefde, een veelgeliefde, ook door ons. Dat verandert veel aan het vragen, want aan een geliefde kan je alles vragen, maar geen onbenulligheden. Anders zouden we de liefde uitbuiten, ervan profiteren en dat heeft niets meer met beminnen te maken.

Voor Barthimeüs, voor Jakobus en Johannes is Jezus de Messias, de Zoon van God. Ze hebben God lief, ze geloven in Hem en ze geloven in zijn Zoon. Ze hebben Jezus lief en weten dat Jezus hen lief heeft. Vraag en antwoord klinken dan ook heel anders dan wanneer er geen liefde en geloof in het spel zouden zijn. Laten we dus maar antwoorden, honderduit op Jezus’ vraag: ‘Wat wilt gij dat Ik voor u doe?’, maar laten we dat nooit zonder geloof en liefde doen, anders klinkt ons antwoord hol.

Christenen zijn ook geroepen om aan alle mensen die God hen zendt te vragen: ‘Wat wilt gij dat Ik voor u doe?’. Wij stellen die vraag als veelgeliefde kinderen in wie God welbehagen heeft. Stellen we ze wel voldoende aan elkaar en horen wij ook de antwoorden en beleven we daarin het gebod van de liefde voor God en de naaste? De Gloria kan heel dichtbij ervaren worden en het geeft ons al een voorsmaak van de eeuwige Gloria bij God.

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond