9 september 2015
Regelmatig duikt het zinnetje op: ‘Vrijwilliger gezocht’. Soms staat er zelfs ‘dringend’ bij. Zeker in kerkelijke middens is dit een bekend fenomeen. Zo sterk zelfs dat nogal wat mensen op hun hoede zijn wanneer ze aangesproken worden om zich als vrijwilliger in te zetten. Vanwaar die vrees en wat eraan te doen?
Vrijwilligers zijn is niet hetzelfde als werken zonder ervoor betaald te worden. Het eerste gedeelte van het woord drukt dat wellicht uit: vrij van vergoeding, van loon voor de prestatie. Maar het drukt nog iets veel belangrijker uit: de vrijwilliger is vrij om zich in te zetten. De motivatie om iets te doen zit niet in het ‘moeten’ omdat er nu eenmaal geld verdiend moet worden, ook niet in een andere dwang van binnen of van buiten uit. Neen, de kracht van de vrijwilligheid zit in het ‘mogen’. Ik wil graag dit doen, niet omdat het moet, maar omdat het mag en daarom zijn vrijwilligers een zegen voor bewegingen, voor de Kerk, voor de samenleving. Ze tonen en getuigen dat niet alles betaald moet worden, dat er geen tegenprestaties moeten zijn, dat er edelmoedigheid bestaat die geeft en deelt.
In onze samenleving zijn de meeste vrijwilligers te vinden in christelijk geïnspireerde middens. In parochies en verenigingen zijn ze onmisbaar voor de werking die trouwens vaak helemaal op hun inzet is gebaseerd. In tijden van ontkerkelijking en sterke anti-gevoelens naar kerk en geloof, zijn het de vrijwilligers die de geloofwaardigheid van de kerkgemeenschap hoog houden. Hun inzet voor de samenleving wordt immers erkend door vriend en vijand en menige studie stelt terecht dat waar er vrijwillige inzet is, de samenleving minder zuur is.
We hebben als kerkgemeenschap dus een belangrijke inbreng in de samenleving en het moet ons attent maken op de waarde van de vrijwilligers. Hun inzet is een geschenk en een geschenk dien je met eerbied en dankbaarheid te behandelen. Zijn we daar wel goed genoeg in? Het rekruteren van vrijwilligers gebeurt niet altijd even respectvol. Vroeger, meer dan nu, werden ze bijna gedwongen om zich in te zetten. Ze moesten er haast blij om zijn dat ze iets mochten doen voor de kerk! Mijn hart krimpt soms ineen als ik de verhalen hoor van mensen die op een onhandige en soms ronduit onbeschofte wijze werden ‘aangesproken’ om zich in te zetten. Mensen aanspreken om zich in te zetten dient uitnodigend te zijn. Zonder dwang, maar wel met aantrekkelijkheid. Wie zich vrij inzet wil ook dat het ‘een verschil maakt’, dat hij of zij iets kan en mag bijdragen tot het welzijn van vereniging of gemeenschap. Het zijn geen marionetten die maar orders moeten uitvoeren, ze bouwen mee aan de weg. De inbreng van vrijwilligers is niet alleen een bepaalde taak uitvoeren, het is ook mee zoeken hoe het beter kan. Vrijwilligers worden in de uitnodiging ook een kans geboden om met hun talenten en mogelijkheden anderen te helpen en bij te staan. Ze zijn bloemen die tot hun volle recht komen in een groter boeket! Ik meen dat we daar nog veel in te leren hebben.
Tot de vrijheid van de vrijwilliger behoort ook dat zij niet de volle verantwoordelijkheid moeten dragen. Soms lijkt het wel of zij alle problemen en moeilijkheden moeten torsen en als het hun niet lukt, krijgen ze vaak nog de schuld ook! Hoe oneerlijk is dat wel niet? Er zijn wettelijke kaders, er zijn verzekeringen, afspraken enz… maar dat zijn noodzakelijke hulpmiddelen. Wat nodig is, is een mentaliteit van samen gedragen verantwoordelijkheid zodat niemand van de vrijwilligers ‘verzuipt’ in de lasten. Wie de vrijwilliger als een schat ziet, zal er zorgzaam mee omgaan.
Tenslotte behoort tot de vrijheid van de vrijwilliger de mogelijkheid om te stoppen met een bepaald engagement of te veranderen. In tijden van schaarste wordt dit wel eens moeilijk waardoor er een nieuwe ‘druk’ ontstaat: ‘Je gaat ons toch niet in de steek laten zeker?’ Hoe zou zo’n zinnetje overkomen bij iemand die zich vaak al jarenlang heeft ingezet? Er komen momenten in een mensenleven dat omwille van ouderdom, ziekte, gezins- of familiesituatie of gewoon verandering van interesse een wijziging in het engagement wenselijk is. Je moet vrijwilligers dan kunnen laten gaan zonder dat ze zich verplicht moeten voelen zich te moeten verantwoorden, zonder dat ze de indruk moeten hebben dat ze de vereniging of de gemeenschap in de steek laten. De dankbaarheid voor de vrijwillige inzet moet steeds groter zijn.
Wij hebben veel te bieden en nog meer te leren als het over vrijwilligers gaat. Laten we al beginnen met dankbaar en respectvol met hen om te gaan. En laten we niet vergeten dat de vrijwilligers de beste ambassadeurs zijn. Als zij enthousiast zijn, zullen ze anderen aantrekken en uitnodigen. Want, ‘waar uw schat is, is uw hart’, zegt Jezus. Is ons hart bij de vrijwilligers?
Door Maria 03/10/26 (11 jaren geleden)
re: Vrijwilliger gezocht !
Het werd me warm om het hart als ik deze tekst las. Zelf heb ik een zeer negatieve ervaring met een parochie incluis de pastoor van die parochie, het was een besloten groep en er werd niemand anders aanvaard. Zo maakt men alles stuk!!!!
Nu heb ik toch vrijwilligerswerk en heb wel de indruk dat het gewaardeerd wordt. Respect moet van beide kanten komen, anders lukt het niet. Daarom proficiat voor deze tekst.!!!!