Zorg voor de kerk – monumentenzorg

8 februari 2017

Categorie: default - Reageer

Zorg voor de kerk – monumentenzorg

Monumentenzorg is een deel van onze verantwoordelijkheid als kerkgemeenschap, maar de zorg voor de kerk gaat uiteraard veel dieper. Die reikt tot in het evangelie van Christus die alle mensen uitnodigt om deel te zijn van zijn Lichaam. De kerkgebouwen, oud en jonger drukken onze dankbaarheid uit voor die uitverkiezing door Christus, maar ook ons antwoord om te leven als Lichaam van Christus. Het zou niet alleen jammer zijn, maar ook zonde, dat onze kerkgebouwen alleen maar culturele betekenis hebben of een verwijzing zijn naar wat ooit is geweest. Ze worden dan grafmonumenten. Die kunnen ook mooi zijn, maar wie eronder ligt is dood! Neen, een kerkgebouw moet uitdrukking zijn van een levendige kerkgemeenschap die haar adem ontvangt van de levende Heer wiens Woord in de liturgie fris klinkt en wiens Lichaam wij als levengevend brood ontvangen. Het Lichaam van Christus, dat de Kerk is, wordt dan ook opgebouwd door mensen, door levende stenen die niet door mortel, maar door liefde verbonden zijn tot een ‘tempel van de heilige Geest’. Onze kerkgebouwen zijn maar waarachtige monumenten, prachtig zichtbare uitdrukkingen, als zij naar die levende gemeenschap verwijzen.

Op vele plaatsen worden vandaag kerken gesloten, krijgen ze een neven- of herbestemming, worden ze verkocht of afgebroken, omdat de levendige gemeenschap ontbreekt. Voor vele mensen betekent dit een diepe pijn omdat hun kerkbouw het lief en het leed van generaties familie en vrienden verbeeldt. Voor nog meer mensen die eerder onverschillig of weigerachtig staat tegenover geloof en Kerk, wekt het ‘stilvallen’ van het kerkgebouw een moment van verzet op. Hoewel ze er eigenlijk niets mee te maken willen hebben, vinden ze een sluiting toch radicaal en zien ze het liever niet gebeuren. Voor anderen is het gewoon de logische gevolgtrekking van een steeds verminderende religiositeit en kerksheid en een oplossing voor de hoge kosten die de gemeenschap ophoest voor het in stand houden van de kerken.

Het is goed om hierbij in herinnering te houden waarom die kerken zijn gebouwd. De oude en de jongere zijn opgetrokken uit het geloof van een gemeenschap die verlangde naar een plaats om hun geloof te vieren, te verkondigen, te beleven. De kerkdeuren stonden toen open want er was leven. Nu zijn ze op vele plaatsen dicht. Het heeft niet veel zin om vanuit heimwee om te gaan met de nieuwe realiteit. We dienen de realiteit van ons geloof ernstig te houden. Zij betekent het verschil tussen een kerkdeur die open staat of dicht blijft. De vraag van Christus in het evangelie blijft ook vandaag de hamvraag: ‘Wie zegt gij dat Ik ben?’, als ons antwoord flauw is, dan zal zijn Lichaam ook flauw zijn in onze gemeenschap. Is het vurig: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God’, dan zal ook de gemeenschap vurig zijn. De vraag is dus niet: ‘Hoe zit het met uw kerkmonument?’, maar veel prangender en eerlijker: ‘Hoe is het met uw geloof’. Het antwoord daarop zal bepalen wat er met onze kerken gebeurt, hier en elders, of de deuren dicht blijven, of er een grote spot op komt te staan als op een museumstuk, of …

 

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond