24 juni 2015
Wanneer u dit leest, zal de encycliek van paus Franciscus over de bescherming van de schepping verschenen zijn. Terwijl ik dit schrijf is dat nog niet het geval en moeten we het doen met het spreekwoordelijke tipje van de sluier dat door diverse media al is opgelicht. Waarom niet wachten om iets te schrijven? Om u uit te nodigen om – wanneer de encycliek er is – ze te lezen en er over na te denken. Het is een hartelijke uitnodiging dus. Bovendien richt de paus deze encycliek tot alle mensen. Dat is altijd wel het geval, maar meestal blijft een herderlijk schrijven steken bij de bisschoppen en zakt ze maar moeizaam door tot bij de priesters en alle gelovigen… Bij deze encycliek richt de paus zich expliciet tot alle mensen omdat de thematiek ook alle mensen aangaat. We zijn allemaal genieter van de schepping en allemaal verantwoordelijk ervoor. Als iemand zich daaraan onttrekt, wordt de schepping en dus ook alle mensen getroffen. We merken dat maar al te vaak. Iemand beschermt het leven en een ander doodt het. Die twee gaan niet samen op geen enkel niveau!
We lezen de voorbije jaren veel over de schepping en vooral over de gevolgen van ons ongebreidelde omgaan ermee. De klimaatverandering doemt als een spook op en laat niemand onverschillig. Voor- en tegenstanders laten hun stem klinken en ondertussen kreunt de natuur verder. Waarom schrijft de paus hier over? Om te beginnen is hij niet de eerste paus die dat doet. Ook Johannes-Paulus IIen Benedictus XVI schreven en spraken over de dringende noodzaak om de schepping te eren en wezen op de fatale gevolgen van ongebreideld nastreven van winst voor mens en natuur. We hebben dan ook goede papieren als gelovigen om ons in het gesprek te mengen. De Bijbel begint al met de schepping als een wens van God, als een genade, een geschenk waarin de mens op een bijzondere wijze mag delen, genieten en zich verantwoordelijk voor weten.
Misschien zit daarin het grote gevaar voor elke tijd, dat wij de schepping, het leven – dat van ons en alle leven om ons heen – beschouwen als een recht, een bezit en dus menen dat we er mee mogen doen wat we willen. We kunnen die houding aannemen, we hebben die vrijheid en we hebben ook de ervaring wat de gevolgen van zo’n ingesteldheid zijn. We kunnen de schepping ook als een geschenk aanvaarden en er omzichtig mee omgaan, uit eerbied voor de schepping zelf en voor diegene van wie we dit geschenk hebben ontvangen. Dat is heel wat anders dan de vorige houding. We kunnen onze dankbaarheid ook gestalte geven in het aanvaarden van de opdracht die we bij de schepping hebben ontvangen, nl. mee verantwoordelijk er voor zijn. Dan wordt het geschenk, de gave ook een opgave en zelfs een voorrecht te mogen meewerken met de Schepper! Dan worden we verbonden met alles om ons heen, mensen, dieren, gewassen, de hele kosmos. Een machtig voorbeeld hiervan is de kleine sint-Franciscus die in alles een broer of een zus zag en hen liefhad en de Schepper van wie zij het leven hebben ontvangen. We vinden dit terug in het Zonnelied dat hij aan het einde van zijn leven schreef. Een goede introductie om de woorden van paus Franciscus ook te lezen en er iets mee te doen.
Zonnelied van Sint-Franciscus
Allerhoogste, almachtige, goede Heer,
van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegen.
U alleen, Allerhoogste, komen zij toe
en geen mens is waardig uw naam te noemen.
Wees geprezen, mijn Heer met al uw schepselen,
vooral door mijnheer broeder zon,
die de dag is en door wie Gij ons verlicht.
En hij is mooi en straalt met grote pracht;
van U, Allerhoogste, draagt hij het teken.
Wees geprezen, mijn Heer, door zuster maan en de sterren.
Aan de hemel hebt Gij ze gevormd, helder en kostbaar en mooi.
Wees geprezen, mijn Heer, door broeder wind
en door de lucht, bewolkt of helder, en ieder jaargetijde,
door wie Gij het leven van uw schepselen onderhoudt.
Wees geprezen, mijn Heer, door zuster water,
die heel nuttig is en nederig, kostbaar en kuis.
Wees geprezen, mijn Heer, door broeder vuur,
door wie Gij voor ons de nacht verlicht;
en hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.
Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster, moeder aarde,
die ons voedt en leidt,
en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten.
Wees geprezen, mijn Heer, door wie omwille van uw liefde
vergiffenis schenken, en ziekte en verdrukking dragen.
Gelukkig wie dat dragen in vrede,
want door U, Allerhoogste, worden zij gekroond.
Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood,
die geen levend mens kan ontvluchten.
Wee hen die in doodzonde sterven;
gelukkig wie zij in uw allerheiligste wil vindt,
want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.
Prijs en zegen mijn Heer,
en dank en dien Hem in grote nederigheid