11 mei 2016
Pinksteren in het Jubeljaar van de Barmhartigheid
Ontvang de heilige Geest, als je iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven. En als je ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.’ Dat horen de apostelen terwijl ‘iets wat op tongen van vuur geleek’ boven hun hoofden verscheen. Een merkwaardige boodschap op het eerste gezicht. Doet de heilige Geest dan niet meer dan zonden vergeven? Je, ‘Hij zal u alles leren en in herinnering brengen wat ik U gezegd heb’, zegt Jezus. Maar als er iets is dat Jezus heeft geleerd aan de apostelen en wat Hij heeft gezegd aan allen die Hem hebben ontmoet in het evangelie, dan is het wel: ‘Uw zonden zijn u vergeven’. Daarui blijkt ook dat Jezus de Zoon van God is want alleen God kan zonden vergeven. Dat is ook de reden waarom de vrome Joden zo kwaad zijn op Jezus, Hij doet iets wat mensen niet kunnen en dat is godslasterlijk. Inderdaad, alleen God kan zonden vergeven en inderdaad, de farizeeën en schriftgeleerden zijn te blind om te zien dat Jezus God is.
De zending van Jezus, de verkondiging van het Rijk Gods in woord en in daad, heeft als rode draad doorheen het evangelie: de verzoening met God. Wil het Rijk Gods gebeuren, zullen de mensen God moeten ontmoeten en belijden als een vergevende God. Dat is het fundament van de verkondiging van Jezus. En dat is ook het fundament van de verkondiging van de apostelen en van alle gedoopten in elke tijd. Willen we dus authentiek Gods liefde verkondigen en beleven, zullen we moeten doordrongen zijn van zijn verlangen naar verzoening en van zijn barmhartigheid die alle verzoening mogelijk maakt.
De zending die de apostelen ontvangen van en door de heilige Geest is geen andere dan die van Jezus en tot op vandaag blijft het de zending van alle gedoopten: ‘Als je iemand zonden vergeeft, zijn ze vergeven. En als je ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.’ We ontvangen in de heilige Geest een goddelijke gave en opgave. We kunnen het gebod van Christus: ‘Heb elkander lief, zoals Ik u heb liefgehad’, niet waarachtig beleven als we niet doordrongen zijn van Gods barmhartigheid die wij in de kracht van de heilige Geest ontvangen en die we vanuit diezelfde Geest kunnen doorgeven.
Dit Jaar van de Barmhartigheid is een unieke kans om onze zending als gedoopten te ontdekken, te verdiepen, opneiuw op te nemen. Niet als een onmogelijke opgave, want dan zouden we denken als de farizeeën en de schriftgeleerden, maar als een vreugde om Gods aanwezigheid in ons. We geven immers wat we zelf in de volle maat hebben ontvangen, onverdiend en welgemeend.
Laten we God danken om zijn barmhartigheid en voor het vertrouwen dat Hij in ons stelt om in zijn Naam barmhartig te zijn. De wereld heeft er zo nood aan, de mensen heel dicht bij ons met wie we het liefdesgebod concreet kunnen beleven. Maar ook de mensen veraf die preceis zoals wij gevangen zitten in onvermogen, machteloos tegenover zoveel geweld en onrecht. De macht van Gods vergevende liefde is ons toevertrouwd: ‘Als je iemand zonden vergeeft, zijn ze vergeven’ laat ons dat doen, van harte en niet ingaan op de bekoring om ze niet te vergeven