Pelgrims onderweg

11 november 2016

Categorie: default - Reageer

Pelgrims onderweg

Bij de Kaarkensprocessie van 6 november sprak Mgr. Hoogenboom over de Kerk als pelgrims onderweg naar het beloofde eeuwige leven bij de Vader. Hij vond dit beeld van de Kerk, zoals het op het Tweede Vaticaans Concilie ook werd geformuleerd, zichtbaar terug in de Kaarskensprocessie. Mooi en echt, zeker in deze editie waarbij de herfst zich liet voelen met koude wind en regen, niet eens zoveel, maar toch voelbaar. Het viel op dat nogal wat mensen zich door dit ‘slechte’ weer lieten ontmoedigen en blijkbaar de warmte en de geborgenheid van de huiskamer verkozen boven het deelnemen aan de processie. Begrijpelijk, dat wel, maar ook een gemiste kans. Ik moest denken aan de voetbedevaarders die vaak een hele nacht in de kilte en de regen de tocht aanvatten naar Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel en die zich niet laten tegenhouden door het weer. Vaak hoor je ze hen zeggen: ‘Dat hoort erbij, het is een bedevaart’. Ook mooi en sterk!

Als we beide situaties beschouwen, komen we bij de Kerk vandaag. Velen willen wel deelnemen aan het kerkelijke leven, als het ‘mooi’ weer is. Als het goed gaat, als het haalbaar is, als het uitkomt. Als de storm opsteekt, blijven ze thuis. Dat deden de apostelen ook al en het is nooit weggeweest sedertdien. Nochtans had Jezus hen duidelijk gemaakt dat ze ‘kleingelovigen’ waren, dat ze te weinig vertrouwen hadden en dat ze zich te gemakkelijk aan de storm hadden overgegeven en aan de angst die ermee gepaard gaat. En toch, het is juist temidden van de storm dat we Jezus ontmoeten als diegene die met ons gaat en dat we de Kerk ervaren als een schip dat de zware golven trotseert omdat er steeds mensen zijn die zich niet laten ontmoedigen, die doorgaan, blijven pelgrimeren ondanks het weer! Het lijkt wel of hun verlangen, hun geloof, hun hoop sterker is dan het weer, zo sterk dat het geen vat op hen heeft. De Kerk heeft het rustige water van de voorbije deccenia al een tijdje verlaten. Ongewild weliswaar is ze in woelig water terechtgekomen. Eigen fouten hebben die woeste golven opgewekt, dat is zeker. Onterechte verdachtmaking en overdreven tegenstand zorgen evenzeer voor het nodige geraas. Maar de hamvraag blijft die Jezus zelf zo duidelijk stelde: ‘Zal de Mensenzoon bij zijn wederkomst geloof vinden?’ We kunnen ons druk maken over de woeligheid van de tijd, we kunnen schuldigen aanwijzen, we kunnen driftig om ons heen slaan, maar dat alles ontslaat ons niet van die hamvraag: ‘geloven we of geloven we niet?’ Als de angst, het heimwee, de woede, de onverschilligheid de bovenhand krijgen, verlammen we onszelf en de hele Kerk. Het hoeft dan niet te verwonderen dat het schip op drift geraakt, of zelfs schipbreuk lijdt. We eindigen dan als drenkelingen die aan zichzelf overgeleverd zijn en in het beste geval spartelend aan land komen, uitgeput en zonder perspectief.

De leerlingen zegden: ‘Meester, laat het u onverschillig dat wij vergaan? Hij sprak een dwingend woord en de wind ging liggen. Tot de leerlingen echter zie Hij: waarom hebt gij geen vertrouwen?’ Een pelgrimerende Kerk zonder vertrouwen heeft geen toekomst, ze dwaalt rond. Met vertrouwen, geloof, vaart ze naar het diepe om daar te gaan vissen, een overvloedige vangst. In het comfort van onze zetel gaat die vangst aan ons voorbij en dat zou spijtig zijn.

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond