15 januari 2018
Open-baren
Onlangs hoorde ik iemand op een vergadering over haar deelname aan een studiecongres zeggen: ‘Wat ik daar hoorde was voor mij een openbaring”. We kennen dergelijke uitspraken, we gebruiken ze zelf ook, maar wat willen ze zeggen? Hier klinkt in het woord ‘openbaring’ door dat er iets nieuws ontdekt is, iets wat we voorheen nog niet kenden of toch niet in dezelfde mate waardoor het nu veel meer betekenis krijgt.
In het woord openbaren, zit inderdaad het woordje ‘baren’, ter wereld brengen. Dat drukt de betekenis goed uit: iets nieuws beginnen wat ons ‘opent’, blij maakt, doet verwonderen. Met het doopsel van Christus eindigt de kersttijd, maar niet de openbaringstijd. Die duurt verder, het hele jaar door. Zoals Christus zich openbaarde aan de herders en de wijzen, zoals God zijn Zoon openbaarde door bij zijn doopsel te zeggen: ‘Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, luistert naar Hem’; zo openbaart iedere ontmoeting met Christus in het evangelie wie hij is, wie Hij voor mij wil zijn.
Telkens wij de woorden van de Blijde Boodschap horen, openbaart Christus Gods grenzeloze liefde voor ons. En zoals de mensen die Hem in het evangelie ontmoeten en ervaren hoe er iets nieuws begint door die ontmoeting; zo open-baart de Blijde Boodschap ons nieuwe leven. Een heel jaar door, ontmoeting na ontmoeting, telkens nieuw, telkens meer, ontvangen wij nieuw leven. Deze openbaring is de kern van ons leven als gelovige, veel meer dan wat dan ook, drukt het uit wie God is en wie wij zijn; openbaart het ons wie wij voor elkaar kunnen zijn. Dat is niet niks, dat is zelfs alles. Hoe zouden wij zonder deze voortdurende openbaring kunnen vieren, verkondigen, dienen, bidden, liefhebben als christenen? De uitdaging in onze tijd – zoals in alle tijden – is daarin gelegen op wij God de kans geven om zich aan ons te openbaren en of wij anderen de kans geven opdat God zichtbaar wordt in ons leven. Daar gaat het om. Een gebouw, hoe mooi en voornaam ook, dat dit niet uitstraalt is een lege doos; een gemeenschap die daar niet van leeft en geeft, klinkt hol; een christen die daar niet blij van wordt, heeft de Blijde Boodschap niet gehoord.
God zelf heeft in de geboorte van zijn Zoon getoond hoe Hij zijn liefde openbaart. Niet met groot vertoon van macht, niet door zijn stem luid te laten horen, niet in weelde of rijkdom, maar in de eenvoud van een stal, vol eenvoudige mensen. Dit is het voorbeeld dat God ons geeft om vandaag zijn liefde te tonen: eenvoud! Maria was er bij, toen bij het nieuwe begin voor alle mensen; ook bij het nieuwe begin onder het Kruis en met Pinksteren. Ze is nog steeds bij ons met haar eenvoudige geloof, met haar lege handen, maar met een hart dat overvol is van wat zij sinds het prille begin heeft gezien en gehoord van Godswege, vanwege de herders, de wijzen, de leerlingen, de mensen van alle tijden.