31 januari 2013
Op zaterdag 2 februari vieren wij het feest van de opdracht van de Heer in de tempel. Dit feest is beter bekend onder de naam ‘Maria Lichtmis’. Maar eigenlijk is het een Christusfeest en daarom werd de naam veranderd. Met dit feest wordt eigenlijk de Kersttijd afgesloten. Dat klinkt misschien vreemd want volgens de liturgische kalender gebeurde dit al met het feest van het doopsel van Christus. Inderdaad, dan werd de stal weer opgeborgen, maar niet de openbaring van de Heer, die gaat verder. We zetten de zondagen nog eens op een rijtje om de rijkdom van deze openbaringstijd te ontdekken.
Kerstmis: Gods Zoon wordt geopenbaard aan de herders.
Openbaring des Heren (Driekoningen): De Messias wordt geopenbaard aan de wijzen uit het Oosten, aan de heidenen.
Doopsel van Christus: God zelf openbaart zijn Zoon als zijn welbeminde in wie Hij welbehagen heeft.
Tweede zondag door het jaar: begin van het openbare leven van Christus met het wijnwonder op de bruiloft te Kana.
Derde zondag door het jaar: Jezus openbaart zich in de synagoge als de vervulling van wat de profeet Jesaja heeft voorzegd.
Opdracht van de Heer: Simeon erkent in de tempel van Jeruzalem Jezus als het licht voor de heidenen en een glorie voor Israël.
De liturgie van deze openbaringstijd laat ons Jezus ontdekken als Gods Zoon, als de langverwachte Messias, als de vervulling van wat de profeten hebben aangekondigd. Een nieuwe tijd begint met de komst van Jezus en met zijn prediking van het Rijk Gods. Gods heil voor de mensen wordt zichtbaar, openbaar voor alle mensen van goede wil of ze nu uit Israël komen of uit de heidenvolken, of ze nu tot het uitverkoren volk behoren of uit de afgewezen volken. Jezus openbaart zich ook aan ons nu elke keer als wij Hem ontmoeten in zijn Woord en in zijn Brood. Telkens toont Hij zich als Gods Zoon die Gods liefde met ieder van ons wil delen. Maria speelt in deze openbaringstijd een grote rol. Zij toont Gods Zoon met Kerstmis en Driekoningen, zij geeft de aanzet van zijn openbaar leven op de bruiloft van Kana, zij draagt Hem in de tempel en toont Gods Zoon aan Simeon. Zo draagt Maria in de basiliek ook Gods Zoon, hoog op haar arm om Hem te tonen als licht en heil voor alle parochianen en bedevaarders en ze zegt onophoudelijk: ‘Doe maar wat Hij u zeggen zal’.