27 januari 2016
Om niet te vergeten
Met het buitengewone jubileum van de barmhartigheid zouden we haast vergeten dat van 29 november 2014 tot 2 februari 2016 het jaar van het godgewijde leven wordt gevierd. We hebben er in dit blad al meerdere malen aandacht aan besteed. Enerzijds omdat wij omringd zijn door het godgewijde leven en anderzijds omdat wij door ons doopsel allemaal geroepen zijn tot een leven dat aan God is gewijd, ook als we geen religieus zijn.
In het blaadje dat iedere maand in de basiliek wordt aangeboden ‘Wees gegroet in Scherpenheuvel’, hebben we telkens een getuigenis afgedrukt van iemand die zich als godgewijde engageert. We vroegen ook telkens naar de betekenis van Maria voor zijn of haar leven. Het waren telkens heel oprechte uitdrukkingen van verbondenheid met God en met de mensen, telkens ook werd het belang van Maria onderlijnd voor hun roeping en zending. Op 2 februari, Opdracht van de Heer(Lichtmis) en een traditie als dag van het godgewijde leven, wordt het jaar dat aan hen besteed werd afgesloten.
Ik mocht verschillende malen spreken voor religieuzen dit jaar over de betekenis van het godgewijde leven in recollecties, retraite en bezinningsmomenten. In deze bijdrage wil ik heel kort daar iets over schrijven. Paus Franciscus schreef een brief aan de godgewijden. Een mooie brief met veel inhoud ter bemoediging en ter uitdaging om het godgewijde leven ook vandaag dankbaar en authentiek te beleven als een getuigenis van Gods liefde. We zijn het ook niet anders gewoon van paus Franciscus die zelf religieus is. Aan het begin van zijn brief schrijft hij een opdracht aan de godgewijden: ‘Eén woord wil ik jullie zeggen en dat woord is vreugde. Altijd daar waar de godgewijden zijn, daar is vreugde.’ Een mooie zin! Een opdracht in een boek is altijd persoonlijk. Op de boekenbeurs of bij andere gelegenheden vragen mensen wel eens aan een auteur om hun exemplaar te ‘signeren’ of er iets bij te schrijven. Die opdracht maakt het boek bijzonder, speciaal voor de lezer, persoonlijk. De paus heeft dat ook gedaan door deze zin te schrijven aan het begin van zijn lange brief.
Bij mijn conferenties bleef ik bij die zin stilstaan omdat ik hem mooi vind en krachtig, maar ook omdat ik hem persoonlijk, tot mij gericht, vindt. We willen allemaal vreugde kennen in ons leven, ook de godgewijden. Daar hebben we geen probleem mee, maar het vervolg lijkt minder realistisch: ‘Altijd daar waar de godgewijden zijn, daar is vreugde!’. ‘Altijd’, is dat wel zo? We zijn er als de kippen bij om met voorbeelden en situaties en vooral met veel realiteitszin, te argumenteren dat we dat wel zouden willen, altijd vreugde, maar dat dit niet het geval is, ook niet bij godgewijden. Als ik stout ben, zou ik zelf kunnen stellen, ‘juist niet bij godgewijden’! Ze leven dicht op elkaar en dan kan het niet altijd vreugde zijn!
En toch schrijft de paus dit. Wil hij ons choqueren? Of drukt hij een naïef verlangen uit? De paus, als jezuïet, weet wel beter. Hij kent het godgewijde leven van binnen uit, te goed om er naïeve uitspraken over te doen en te respectvol om te choqueren. Waarom schrijft hij het dan? Ik denk dat hij dit als opdracht aan iedere godgewijde schrijft omdat hij vindt dat het de waarheid is. Zoals het evangelie vol waarheid staat waar we ook niet aan toekomen, maar waar we toch naar trachten omdat we erin geloven, zo staat dit zinnetje als een vurige waarheid gegrift in het hart van iedere godgewijde. Wie kiest voor een radicale beleving van zijn of haar doopselgenade, kiest voor een leven in de vreugde, altijd. Het zal dan ook wel zo zijn dat de ervaring van die gewenste vreugde niet steeds even vurig en sterk is, maar het verlangen is er. Voor godgewijden is het van het allergrootste belang, willen zij geloofwaardige getuigen zijn van Gods liefde, dat zij die vreugde blijven verlangen. Dat zij de eersten zijn om, waar die vreugde geweld wordt gedaan in de kleine gemeenschap van hun communauteit of van hun congregatie, de vreugde te herstellen. Zo zijn godgewijden wegwijzers voor alle gedoopten om te beleven wat ze van Godswege hebben ontvangen: genade op genade. De lat ligt hoog voor wie als godgewijde leeft in deze tijd en in elke tijd, maar uiteindelijk geven we slechts wat we zelf in overvloed hebben ontvangen: Gods liefde. Als dat geen vreugde is, wat is het dan?
Dank aan alle godgewijde mannen en vrouwen voor dit getuigenis.