‘Niemand die in Hem gelooft, zal worden teleurgesteld’ (Paulus)

10 februari 2016

Categorie: default - Reageer

 

‘Niemand die in Hem gelooft, zal worden teleurgesteld’ (Paulus)

 

De eerste zondag van de veertigdagentijd wordt gekenmerkt door de bekoringen door de duivel in de woestijn. Heel herkenbaar! Maar nog meer wordt deze zondag gekenmerkt door het geloof en het vertrouwen in God. Jezus’ geloof in zijn Vader is sterker dan al het aanlokkelijke dat de duivel hem voorstelt en al wordt Hijzelf op de proef gesteld, Hij antwoordt ferm: ‘Gij zult de Heer, uw God , niet op de proef stellen.’ Het vertrouwen van Jezus in zijn Vader is niet gevestigd in tekens of bewijzen, maar in de liefde die wederkerig voortdurend vuriger wordt. Dat is het zuivere geloof en daartegen vermag geen enkele verleider iets.

In het Oude Verbond is het Mozes die het volk in herinnering brengt dat Gods liefde hen nooit verlaten heeft, ondanks de barre tocht van veertig jaar in de woestijn. De Israëlieten hadden vele redenen om hun geloof in de reddende God op te geven en ze hebben het op momenten ook gedaan, maar telkens heeft God zich aan hen geopenbaard als een nabije, een reddende God. Hij heeft hen niet verlaten, ook niet als zij Hem wilden loslaten. God blijft trouw, ook als wij ontrouw zijn.

Paulus, die voor zijn roeping tot christen een fervente verdediger was van het Oude Verbond, heeft in Christus de bevestiging ondervonden van Gods trouw. ‘Het woord is vlakbij, het is in uw mond, het is in uw hart’, citeert hij uit het Oude Verbond, maar hij verbindt er onmiddellijk zijn geloof in Jezus de Christus aan. Daarin heeft Paulus de kracht van Gods woord gevoeld. Het woord dat hij van jongsaf heeft ontvangen en gekoesterd, is in Christus een woord geworden om lief te hebben. Paulus is zo doordrongen van de kracht van Christus en zijn Blijde Boodschap dat hij eindelijk kan uitroepen: ‘Niemand die in Hem gelooft, zal worden teleurgesteld.’

De bovenstaande ervaringen en uitdrukkingen van geloof zijn meteen ook voor ons vandaag uitdagingen om in te gaan tegen de verlokkingen van succes, macht, bezit. Wat op het eerste zicht geen kwaad kan, brengt ons vlugger dan we denken in een heilloze spiraal van meer en nog meer en maakt ons tot slaven van valse verlangens. We worden dan onvrij en vervreemden van onszelf, van elkaar en van God. Een hoge prijs voor wat aanvankelijk ‘onschuldig’ leek. We kennen allemaal de ‘plantrekkerij’ die nodig is om de honger naar ongebreideld genot te stillen. We weten allemaal, vaak tot onze schaamte, welk leed we aan onszelf en anderen aandoen om doelen te bereiken die ons leven uiteindelijk niet schoner en gelukkiger maken. Het zijn vicieuze cirkels die ons gevangen houden en die ons steeds dichter omknellen tot we uitzichtloos erbij neervallen. We gaan dan tenonder aan de gevolgen van wat in aanvang toch niet zo erg leek.

Hoe hiervan genezen? Hoe hieraan weerstaan? De lezingen geven ons de therapie en de remedie: geloof. Weerstaan aan datgene waarvan we in geweten wel voelen dat het niet goed is door God liever te zien dan de bekoringen, zoals Jezus ons voordoet in het evangelie van deze zondag. En als we toch bezweken zijn, ‘de naam van de Heer aanroepen’, want, zo zegt Paulus: ‘Al wie de naam van de Heer aanroept, zal gered worden.’ De liefde van God is zo groot dat een kier al genoeg is om een golf van barmhartigheid door te laten, zo zegt paus Franciscus in dit buitengewone jubeljaar van de barmhartigheid. Geloven dat God groter is dan onze zonden en onze stommiteiten, dat zijn trouw niet voorbijgaat als wij ontrouw zijn, geloven dat Hij ons altijd nabij is – ook als wij Hem op afstand houden. Dat alles vraagt geen grote kracht of verstand. ‘Een vernederd en verbrijzeld hart’ is al genoeg zingt psalm 51.

Laten we in dit prachtige jaar en in deze veertigdagentijd ons vertrouwen in God belijden, we zullen zeker niet teleurgesteld worden.

 

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond