29 maart 2017
Neem de steen weg
Het verdriet van Maria en Martha om het sterven van hun broer Lazarus, het verdriet van Jezus zelf om de dood van zijn vriend en de uitdagende verwijten van de joden: ‘Kon Hij die de ogen van een blinde opende, ook niet maken dat deze niet stierf?’, worden door Jezus beantwoord met een gebod: ‘Neem de steen weg’.
Verdriet en ongeloof worden tenietgedaan door het nieuwe gebod van het leven. Daarmee wordt ook de profetie van Ezechiël vervuld: ‘Ik ga uw graven openen…en gij zult weten dat Ik de Heer ben’. In Jezus is het Woord mens geworden, maar ook in ons! De verrijzenis van Jezus is de vervulling van Gods Woord in ieder van ons. Paulus wijst op deze kern van het geloof in de tweede lezing: ‘En als de Geest van God die Jezus van de doden heeft opgewekt, in u woont, zal Hij die Christus Jezus van de doden heeft doen opstaan, ook uw sterfelijk lichaam eenmaal levend maken.’
Iedere zondag van de veertigdagen horen wij wat het betekend dat wij gedoopt zijn in Christus. Vandaag zien wij in Lazarus opstanding uit het graf, dat wij als gedoopten niet worden opgesloten in de dood of in het graf, maar dat wij leven. Geloven wij dit? Jezus vraagt het uitdrukkelijk aan Martha en zij gelooft vast. Het geloof van de zuster is voor Jezus voldoende om de broer te laten verrijzen. Straks zullen wij met pasen onze doopbeloften hernieuwen. Zullen ook wij antwoorden ‘Ja, ik geloof’ op de vraag of wij in de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven geloven. Het is de kern van ons geloof, daarmee staat of valt het. Zoals de apostel Paulus zegt: ‘Als Christus niet is verrezen, is ons geloof waardeloos en zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen’. En toch is dit fundament van onze geloofsbelijdenis voor velen, ook overtuigde christenen, een moeilijke zaak, zo moeilijk dat ze dit niet geloven. Is hun geloof dan waardeloos geworden? Als we Paulus horen wel. Maar als we Martha horen is de hoop nog niet verloren! Hun geloof is dan wel krachteloos geworden want ontdaan van de kern van de verrijzenis, die van Christus en de onze, maar de zuster gelooft nog wel krachtig en waardig!
De verrijzenis van Christus en de onze hangt gelukkig niet af van de sterkte van mijn geloof! Het hangt af van God zelf en die weet wat wij nodig hebben. Maar ook de Kerk als gemeenschap van gedoopten, van broeders en zusters, gelooft krachtig als Martha. Ik mag mijn, zoekende, groeiende, wankele, kwetsbare geloof enten op dat van de hele Kerk. ‘Let niet op onze zonden, maar op het geloof van uw Kerk’, bidden we telkens na het Onze Vader in de eucharistieviering. Het geloof van de Kerk draagt ons al eeuwen en zal dat blijven doen, zoals Jezus zal blijven zeggen: ‘Neem de steen weg’, die van het graf, maar ook die van ons hart. Want als broeders en zusters van elkaar, mogen wij elkaar van ganser harte dragen in geloof en liefde. Weg met die stenen dus.