18 mei 2016
Maria in de mei
In de meimaand is Maria het mooist, ze is jong en getooid met bloemen zoals de lente de natuur uitdost. Het grauwe winterhout heeft opnieuw kleur gekregen in ontelbare groene blaadjes en feestelijke bloesems. Een feest voor het oog, maar zeker ook voor het hart. We voelen met de warme zonnestralen hoe ons bloed zich opneiuw rondzet in ons lichaam en we dossen ons ook kleurrijker uit dat in de donkere wintermaanden. Ook wij zijn in de lente.
Maria waakte bij de lente die met de gave van de heilige Geest aanbrak in het beproefde geloof van de apostelen. Zij had de werking van de Geest aan den lijve ondervonden en was sindsdien in lentestemming. Nu nog de apostelen. We hebben het gevierd in de vormsels van drieënvijftig jongeren uit onze parochies, we hebben het met Pinksteren allemaal kunnen voelen, en we merken het aan de velen die deze maand Maria komen opzoeken. Want Maria waakt bij alle leerlingen van alle tijden en van alle leeftijden. De toewijding van de kinderen aan haar bij hun doopsel en vormsel drukt dit uit, de toewijding van bedevaarders eveneens.
Het waken van Maria bij Jezus’ leerlingen van alle tijden heeft een bijzondere kracht die we nodig hebben om in alle tijden en wederwaardigheden te blijven geloven, hopen en liehebben. In Maria zien we dat het waar is dat God grote dingen doet aan wie openstaat voor zijn heilige Geest. Maria is ook geloofwaardig in haar geloofsgetuigenis. Ze is niet bijzonder in menselijk opzicht, heeft geen grote kracht uit zichzelf, is niet geleerd of hoog in aanzien. Alles waarnaar mensen in alle tijden naar streven om ‘ernstig’ genomen te worden, heeft zij niet. Integendeel, zij zoekt het kleine, het onooglijke en voelt zich allerminst waardig om Gods grote plannen te ontvangen en mogelijk te maken. Dat maakt haar getuigenis geloofwaardig, ook omdat ze hiermee toont dat voor God inderdaad niets onmogelijk is en dat Hij kleine mensen groot maakt. Ook wij komen in onze kleinheid en beperktheid in aanmerking om de kracht van de heilige Geest te ervaren. Sterker nog, alleen wie klein wordt, zal die kracht ook daadwerkelijk ontvangen want ‘de trotsen slaat Hij uiteen, wie zich verheffen stoot Hij van de troon’. Het geloof en de vruchten ervan zijn niet weggelegd voor een beperkte elite die het ‘aankan’, neen, het is voor iedereen haalbaar. Maria drukt dat uit en dat maakt haar geloofsgetuigenis zo oprecht en geloofwaardig.
En hoe zit het met ons, wij ons de heilige Geest in doopselen vormsel en in elke eucharistie ontvangen, wij die Maria zingend komen groeten en ons aan haar toewijden? Is ons geloofsgetuigenis geloofwaardig? Hebben wij de eenvoud van Maria, de aantrekkelijkheid en de gastvrijheid van het gelovige hart? Of sluiten wij de schat van het geloof op, houden we het privé en binnenskamers? Hoe kunnen wij dan getuigen van ons geloof? Zouden wij onszelf ook niet tooien met het nieuwe groen en de geurige bloesems, zoals we met Maria doen in kerken en kapellen? Zouden we onszelf ook niet wat meer moeten eren en laten kennen als ‘tempel van Gods Geest?’ Want dat zijn wij, zegt de apostel Paulus. Maria gaat ons daarin voor en zelfs in tijden van Godsverduistering en negativiteit voor alles wat met geloof en Kerk heeft te maken, blijft zij als een krachtige magneet het kompas van vele harten beroeren en aantrekken. Is dat niet de roeping en de zending van alle christenen? Ligt daarin niet onze kracht, of liever die van de heilige Geest? Maria is het mooist in de mei en wij?