15 april 2015
We hebben Pasen gevierd: de verrijzenis van de Heer, maar ook onze verrijzenis. Het viel de leerlingen van toen even zwaar als die van nu om te leren leven met die nieuwe realiteit: de dode leeft. Het is ook niet niets! dood en leven sluiten elkaar toch uit! Met een beetje verstand kun je toch niet menen dat wie dood is, leeft! Zo dachten de leerlingen er na Jezus kruisdood aanvankelijk ook over en niet alleen zij. Toen ze overtuigd waren dat het toch waar was en kon, hadden zij op hun beurt de grootste moeite om de volgende generatie van leerlingen te overtuigen van die nieuwe werkelijkheid. Paulus bijvoorbeeld spreekt de nuchtere Grieken vurig toe en zij luisteren aandachtig en geboeid zolang hij het heeft over Jezus die wondere dingen doet en zegt. Maar wanneer hij over de verrijzenis wil beginnen, lopen ze weg. dat kan hun verstand niet aan. De kern van ons geloof: ‘Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt’ zeggen of zingen wij wel uit in iedere eucharistieviering, maar geloven we het ook? Dat Jezus gestorven is op het kruis, daar is ongeveer iedereen het over eens. het staat niet alleen in het evangelie, ook in de geschiedenisboeken. Dat Hij zal wederkeren, zoals Hij het zelf herhaaldelijk heeft gezegd, ligt ook niet zo gemakkelijk. Hij is eens gekomen in die eerste kerstnacht, dat vieren we graag en we kunnen er ons ook iets bij voorstellen: de geboorte van een kind. Dat Hij zal wederkomen, is dus niet uitgesloten alleen weten we niet hoe en wanneer. We hopen het misschien toch wel want we willen zelf ook graag terugkomen! ‘Dat Gij verrezen zij’, dat ligt nog het moeilijkst! Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Een graf dat leeg is, goed, maar waar is Hij dan en leeft de dode wel en hoe? De leerlingen van toen hadden het er al even moeilijk mee als wij nu. Daarom krijgen wij in de zondagen na Pasen in het evangelie de verhalen van de verrezen Heer die de leerlingen ontmoet, die van toen en die van nu! Jezus helpt de leerlingen om te geloven in de nieuwe werkelijkheid dat Hij leeft. Je kunt het al horen aan de begroeting: ‘Vrede zij u!’. Jezus had tijdens zijn leven aan de leerlingen de opdracht gegeven om in elk huis waar zij binnen zouden gaan allereerst de vredesgroet te brengen. Hij doet dat ook zelf als de verrezen Heer. Hij doet dat nog want elke eucharistieviering begint met ‘Vrede zij u.’ Je kunt het niet alleen horen dat Hij leeft, je kunt het ook ervaren. Hij eet met de leerlingen. Een geest, een spook, eet niet! Ze kunnen hem aanraken zoals toen Hij nog leefde. Bovendien is Hij herkenbaar in wat Hij zegt en in wat Hij doet en Hij toont ook zijn wonden. Het is wel degelijk de gekruisigde Christus die zij zien. Dat doet Jezus nu nog. In elke eucharistie houdt Hij maaltijd met ons en geeft Hij zichzelf zoals op het kruis en zoals Hij het als teken gaf bij het Laatste Avondmaal. Ook wij kunnen zeggen met de leerlingen op weg naar Emmaüs: ‘Wij herkenden Hem bij het breken van het brood.’ Het is op dat moment in de eucharistie dat wij belijden: ‘Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt.’ De leerlingen merken het ook aan wat Jezus vertelt: Hij maakte hen alles duidelijk wat de profeten over Hem gezegd hebben, Hij brengt hen alles in herinnering wat Hij gezegd en gedaan heeft en hun hart brandde van vurigheid toen Hij sprak. Dat doet de verrezen Heer nog steeds en in elke eucharistieviering: Hij ontsluit de Schriften en brengt ons in herinnering wie Hij is en wat Hij heeft gedaan en blijft doen. Straks, met Pinksteren, zullen de leerlingen helemaal over de lijn getrokken worden. Dan zullen zij zich helemaal overgeven aan de nieuwe werkelijkheid: de dode leeft en niet alleen Hij, ook zij en alle mensen! Want de verrezen Heer toont niet alleen zichzelf, Hij toont ook wie wij zijn als verheerlijkte mensen. Ook ons graf is leeg, nu want we liggen er nog niet in, maar ook later als wij gestorven zijn. Dat is ons geloof en het is wonderlijk. Ons verstand kan er niet bij, maar wanneer wij de heilige Geest van ons doopsel en vormsel aan bod laten komen, verandert er iets. Dan wordt ons weten boven ons beperkte verstand uitgetild en wordt ons geloven vervuld met een diep verlangen naar Leven, nu al met een hoofdletter!