24 februari 2016
‘Jongen, jij bent altijd bij mij’
We krijgen de vierde zondag in de veertigdagen de parabel van de verloren zoon. Dé parabel van Gods barmhartigheid die samen klinkt met twee andere: de verloren drachme en het verloren schaap. Sleutelwoord is ‘verloren’. Wat verloren is, missen we. We zijn niet meer ‘compleet’. God is niet compleet als iemand verloren is, ook niet als dat op initiatief van de verlorene zelf gebeurt. God zegt nooit: ‘Je moet het zelf maar weten, het is jou keuze, je doet maar!’ Dat laat zijn vaderhart niet toe. Met lede ogen en een vermorzeld hart ziet Hij zijn geliefde kinderen verloren lopen, weg van Hem, weg van zijn liefde, de ‘zwijnerij’ tegemoet tot in de varkensstal toe. De parabels van Gods barmhartigheid die we als een drieluik in het Lucasevangelie lezen, geven als tegenhanger van ‘verloren’, ‘vreugde’. vreugde wanneer het verlorene weer terecht is, feest en vrolijkheid want ‘wat dood was, is weer levend geworden’. Leven voor de verlorene die terug is, leven ook in het vermorzelde hart van de Vader. Heerlijk is dat en we horen het ook graag, zeker wanneer we ons herkennen in de verloren zoon, in het verloren schaap. En toch kunnen we het niet laten om de oudste zoon, de thuisblijver en de werker, niet alleen sympathiek te vinden, maar zelfs gelijk te geven in zijn misnoegde reactie aan de gulle vader: ‘Al zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden, toch hebt gij mij nooit een bokje gegegeven om eens met mijn vrienden feest te vieren. En nu die zoon van u is gekomen die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen, hebt ge voor hem het gemeste kalf laten slachten.’ Dat kan tellen als verwijt aan de vader. Maar waarom zoveel misnoegdheid bij de oudste zoon? Het antwoord van de vader brengt hem de weelde van de jaren in herinnering: ‘Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat van mij is, is ook van jou.’ Die waarheid over de relatie van de vader met zijn oudste zoon is ook niet niks, het is zelfs alles, alleen zien de oudste zoon het niet (meer). Zouden de farizeeën en schriftgeleerden zich ook niet herkennen in de oudste zoon, zeker wanneer Jezus zo gul is tegenover zondaars in het schenken van vergiffenis? Ongetwijfeld herkennen we ook onszelf in de misnoegde reactie. Vergeten wij dan ook niet hoe God, de barmhartige Vader altijd bij ons is en heel zijn hart met ons deelt? Laten we genieten en feesten omwille van Gods barmhartigheid, zeker in dit heilige jaar dat aan zijn hart is gewijd. Laat het een feest zijn voor ieder van ons om de barmhartigheid te ontvangen en te delen