14 maart 2018
‘Ik leg mijn wet in hun binnenste’
Het nieuwe verbond dat God met zijn volk sluit en dat met Christus is aangebroken, is geen verbond dat gebaseerd is op de uiterlijke wet, maar op de innerlijke. Jezus is Gods hart komen tonen en heeft daarmee de wet van Gods liefde in ons hart gelegd. Zo had God het door de profeet Jeremia al voorzegd: ‘Ik ga een nieuw verbod sluiten.. Ik leg mijn wet in hun binnenste, Ik grif ze in hun hart.’
Dat dit geen loze woorden zijn, blijkt duidelijk uit de wijze waarop Jezus zijn Vader openbaart: als een barmhartige Vader. God voegde immers aan zijn hartelijke verbond toe: ‘Dan vergeef Ik hun misstappen, Ik denk niet meer aan hun zonden.’ Die barmhartigheid gaat veel verder dan ons povere zoeken naar een evenwicht in onze relaties. God telt niet, zoals wij, Hij overdrijft in het goede en ziet het kwade niet meer. Hij houdt geen boekhouding bij van ons doen en laten, zoals Sinterklaas dat blijkbaar doet! Hij verlangt zo naar onze bekering dat zijn barmhartigheid in overlopende mate al klaar staat om ons te ontvangen en ons te bekleden met de nieuwe mens. Zo zien we in iedere ontmoeting die Christus heeft in het evangelie de oude mens vervellen en de nieuwe mens geboren worden. Het oude is voorbij, helemaal, waardoor het nieuwe alle kansen krijgt.
En wij maar blijven kleven aan de oude mens en zijn boekhouders-rechtvaardigheid! Horen we niet vaak zeggen: ‘Vergeven, ja; vergeten, kan niet en mag zelfs niet’. Hoe onevangelisch is dat! Als we dergelijke redeneringen blijven voorhouden, dan zijn we geen haar beter dan de heidenen! Neen, christenen zijn geroepen en door hun doopsel ook begenadigd om zoals Jezus de nieuwe mens te zijn en die ook aan anderen te gunnen en dat doen we niet door historici van elkaars misstappen te zijn.
‘Maar we kunnen ons verstand toch niet uitschakelen?’, hoor ik al opwerpen. Neen en dat hoeft ook niet, maar we kunnen het misschien beter aanwenden. Doen zoals God: ‘Ik denk niet meer aan hun zonden… Ik zie ze niet meer’. Hoe kan God dit? Door zich helemaal in te spannen op het goede dat groeikansen krijgt in de mens die zijn barmhartigheid ervaart. Het goed zien en er ons over verheugen is veel moeilijker en vraagt veel meer aandacht dan het slechte dat voorbij is steeds weer onder de aandacht te brengen. Ouders kijken liefdevol naar hun kinderen en laten hun blik niet vertroebelen door de fouten die ze maken, veeleer verheugen ze zich over elke stap in de goede richting die hun kind zet en ze moedigen hen aan. Dat vraagt zoveel inspanning dat het oude leed op den duur verslijt en verdwijnt. Wij hebben, denk ik, teveel angst van de toekomst, van ieders toekomst, en te weinig vertrouwen en geloof in onszelf om het verleden los te laten. Hoe slecht en verfoeilijk we het ook vinden, we klampen er ons aan vast alsof het een zekerheid is waarop we ons geluk kunnen bouwen! Integendeel. Moest God zo met ons handelen, we waren allang verloren en vergaan met een nieuwe zondvloed. Maar Hij heeft beloofd ons niet te laten vergaan! Hij heeft ons gered en hoe! In Jezus’ kruis zien wij hoe ver Gods liefde gaat om ons te redden, om onze toekomst mogelijk te maken, om ons geluk overvloedig te laten zijn en eeuwig. Blijven wij op het kerkhof van het verleden zitten treuren, jammeren, klagen en verongelijkt zijn of gaan we Jezus volgen, voorbij zijn kruis en het onze, tot in het Rijk Gods waar alles nieuw zal zijn en ons verstand ons geen parten meer speelt zodat de liefde het eindelijk haalt?