4 januari 2017
GROENE TIJD
De liturgie is aanbeland in de zogenaamde tijd door het jaar, de ‘groene’ tijd naar de kleur van de liturgische gewaden. Toch klinkt Kerstmis nog door in de lezingen van de zondag. De profeet Jesaja zingt: ‘Ik maak u nu ook tot een licht voor de heidenen, zodat mijn heil tot de grenzen der aarde zal gaan’. En het evangelie geeft het getuigenis van Johannes de Doper: ‘Hij is het die doopt met de heilige Geest. Ik heb het zelf gezien en ik heb getuigd: deze is de Zoon van God.’
De Kerstboodschap wordt nu op ons toegepast. Het licht voor de wereld in de kribbe, zijn wij geworden, vervuld met dezelfde Geest door ons doopsel. De kerststal is dan wel opgeborgen, de inhoud en de betekenis blijft onder ons aanwezig, zelfs in ons! We kunnen ons dan wel gedurende enkele weken warmen aan het licht in de kribbe, nu is het onze tijd en is het aan ons om de wereld te verwarmen.
Een mooie opdracht en een christelijk voornemen aan het begin van het jaar des Heren 2017! Het is goed en nodig dat de liturgie ons daaraan herinnert. En aan het licht dat Jezus de Christus is, en aan het licht dat wij in Hem zijn voor de wereld. Zonder het wekelijks verzamelen aan de bron van de eucharistie zouden we vergeten wie Hij is en wie wij zijn. Zoals Paulus het in de tweede lezing uitdrukt: ‘Wij zijn geheiligd in Christus Jezus en tot een heilig leven bestemd, samen met allen die allerwegen de naam van Jezus Christus aanroepen.’
Dit vuur van onze roeping en zending dat wij in de liturgie ontvangen om het in ons leven en samenleven gestalte te geven, staat in schril contrast met de ervaring van afkalvende geloofsgemeenschappen; haast lege kerken op zondag; gemeenschappen die zich op zichzelf terugtrekken, krampachtig vasthoudend aan wat nog is. Daar zit allemal zo weinig geestdrift in waar het evangelie en de apostelen van getuigen, daar zit zo weinig perspectief en toekomst in. Je hoort het aan vele goede kerkmensen, ze spreken zo vaak over vroeger en zo weinig over nu en later. Je hoort het aan de priesters en kunt het aflezen aan hun rimpels, zelfs de bisschoppen gaan gebukt onder de lawine van vragen vanuit de parochies en het uitblijven van antwoorden.
Na de Kerst zag ik een interview met de bisschop van het bisdom Tulle in Frankrijk. De situatie is daar zo mogelijk nog nijpender dan hier. Binnen vijf jaar zullen er nog zeven priester zijn jonger dan 75 jaar en er is slechts één seminarist voor het diocees. Tochg was de bisschop hoopvol en vurig is het voorstel van zijn pastoraal plan. Geen structuren uitbouwen, geen oeverloze vergaderingen, maar de Geest de ruimte geven om overal werkzaam te zijn. Zogenaamde ‘fraternités’, kleine gemeenschappen in elke parochie. Drie of vier christenen die blijven bidden, die elkaar ontmoeten en die op weg gaan om zieken, eenzamen en noodlijdenden bij te staan. Ze hoeven zelfs geen toelating van de bisschop te hebben om zich te groeperen, als het evangelie maar gebeurt! Kleine gemeenschappen van enkele priesters die samen zorg dragen voor een groter geheel, die samen bidden en eten, die zonder te vergaderen elkaar bemoedigen en uitdagen om te doen wat gedaan moet worden: bidden en het evangelie verkondigen. De tijd van het isolement van gemeenschappen van christenen en van priesters is voorbij. Het is een uitvloeisel van de weelde die er ooit is geweest, maar die nu verdwenen is.
De tijd is belangrijker dan de ruimte’, zegt paus Franciscus. Het is nu de ‘groene’ tijd, een tijd van hoop omdat we niet het verleden verheerlijken, maar de toekomst mogelijk maken. Dit kunnen we niet op dezelfde wijze als vroeger. We moeten opnieuw de werking van de heilige Geest van ons doopsel ontdekken. Hij weet wat nodig is en geeft er ons het inzicht en de kracht voor. Christenen brengen daarvan getuigenis, niet van wat zij kunnen, maar van de heilige Geest van ons doopsel. Daaraan zal de wereld kunnen zien wie wij zijn en vooral wie Hij is en daar komt het toch op aan.
Laat de tijd dus groen zijn, vol van hoop, vol van de heilige Geest!