27 september 2017
De zondag vieren (3)
We hebben in de vorige twee bijdragen enkele stoorzenders en enkele remedies aangereikt in verband met de zondag. Nu willen wij stilstaan bij een wezenlijk element om de zondag te kunnen vieren als de dag des Heren en als een dag voor mensen. Centraal staat op zondag de dankbaarheid. De naam ‘eucharistie’ betekent trouwens ‘dankzeggen’.
Maar laten we eens beginnen op een niveau dat wat dichter bij ons ligt. Weten we nog wel wat dankbaarheid betekent in ons leven en in ons samenleven. We zijn zo gewend geworden aan rechten en plichten en aan het kunnen beheersen van ons leven dat wij de dankbaarheid hebben teruggebracht tot een beleefdheidsformule. De dankbaarheid gaat veel dieper en heeft met ons hart te maken. De dankbaarheid om ons leven bijvoorbeeld. Dat we iedere dag opnieuw mogen leven. Zijn we daar nog dankbaar voor? Of beschouwen wij ons leven als een recht, als iets dat we verdienen, als iets dat we zelf in handen hebben? Het valt me op dat hoe brozer het leven wordt, hoe dankbaarder mensen zijn. Iemand in nood, een zieke, een bejaarde, een eenzame… bij de minste blijk van hulp of nabijheid, zeggen ze ‘dank u’, soms met water in de ogen. Ik antwoord dan wel eens: ‘Maar ik heb niets gedaan!’ en dan zeggen ze: ‘O jawel, heel veel zelfs!’. De dankbaarheid niet om een groot geschenk of gebaar, maar de dankbaarheid omdat je iemand hebt geraaklt in het hart zonder dat het geld of grote moeite kost.
Er zijn zoveel redenen om dankbaar te zijn, de hele dag door, maar we leven er zo vaak aan voorbij. De dankbaarheid voor het leven in de schepping rondom ons, de dankbaarheid voor een samenleving die solidairt is met wie het moeilijk hebben, de dankbaarheid om een voortreffelijke gezondheidszorg, de dankbaarheid voor eten en drinken, de dankbaarheid om de vrijheid die wij in- en uitademen… de dankbaarheid voor zovele kleine gestes van genegenheid die wij zo vaak niet eens opmerken: een man, een vrouw, een kind dat glimlacht gewoon omdat het u graag ziet. Zonder woorden, zonder bloemen of wat dan ook, zovele pareltjes van geluk die we niet zien of horen. Zijn we dan geestelijk doof en blind geworden voor het geluk dat ons omringt? Kunnen we alleen nog een woord van dank over de lippen krijgen als iemand ons een geschenk geeft, groot als een groot lot?
De zondag zou een dag van dankbaarheid kunnen zijn. Een dag dat we eens wat attenter omgaan met elkaar, ook met onszelf. In plaats van ons ongenoegen te uiten, eens dankbaarheid betonen, het zou een dag, een wereld van verschil kunnen maken. De dankbaarheid opnieuw ontdekken als een gesteldheid van ons hart, een hartelijke dankbaarheid die onze relaties opfleuren, mooier dan de boeketten bloemen die we schenken.
Die gezindheid is op zondag wezenlijk om oprecht en blij eucharistie te kunnen vieren. Daar zeggen wij in een heel lang gebed dank aan God voor alles wat Hij ons geeft en vooral voor Jezus zijn Zoon die ons het hart van God heeft getoond in woord en in daad en die de weg naar dat grote hart heeft vrij gemaakt. We noemen dat in de liturgie: ‘het grote dankgebed’. Als we geen dankbaarheid in ons hart voelen, hoe kunnen we dat dan uitvieren? We luisteren naar Gods Woord met een ontvankelijk hart en antwoorden dankbaar met een psalm of een lied. We ontvangen Jezus’ lichaam en bloed in een verzoend hart en antwoorden dankbaar ‘amen’. We ontvangen dankbaar in de eucharistie Gods liefde om ze als uitdrukking van onze oprechte dankbaarheid ook te beleven in ons leven van elke dag. Anders zou onze liturgische dankbaarheid vreemd zijn, wereldvreemd, vreemd aan wie we zijn.
De dankbaarheid staat centraal op zondag, de dankbaarheid aan elkaar, de dankbaarheid aan God.