De oude en de nieuwe mens

1 maart 2017

Categorie: default - Reageer

De oude en de nieuwe mens

Op de zondagen van de veertigdagentijd dit jaar, wordt de zogenaamde A-cyclus in het lezingenboek gevolgd. Dit wordt ook wel eens de ‘doopcyclus’ genoemd omdat de keuze van de lezingen haar wot-rtels heeft in de hele oude traditie van het doopsel van de catechumenen in de paasnacht. De lezingen geven iedere zondag een bepaald aspect weer van ons gedoopt-zijn en zijn dus een ideale voorbereiding voor de doopleerlingen, maar ook vor de gedoopten die in de paasnacht hun doopbeloften hernieuwen en dat zijn wij allemaal!

We kunnen ons niet genoeg verwonderen over wat ons doopsel met ons heeft gedaan. Ik weet het wel, de meesten waren nog heel klein en herinneren er zich niets van, maar dat doen we ook niet van onze geboorte en toch leven we elke dag en ontdekken we wat het betekent te mogen leven! Zoals onze geboorte een gave is waaraan we zelf een heel geringe bijdrage hebben geleverd, is ook ons doopsel pure gave en nogwel van God. Hij heeft ons aangenomen als zijn veelgeliefde kinderen, ons aan elkaar geschonken als broeders en zusters in de Kerk en ons de gave van zijn Geest geschonken en Hij laat ons delen in het leven van zijn Zoon. Dit alles is geen verdienste van onszelf, nog van onze ouders en ook niet van de Kerk. Het is God zelf die ons dit nieuwe leven heeft gegeven, het is zijn geschenk.

De lezingen van de eerste zondag van de veertigdagen geven aan dat het in ons doopsel om een nieuw leven gaat, een nieuwe mens. We horen in de eerste lezing een verkorte versie van het oudste scheppingsverhaal. God die de mens uit het stof van de aarde schept door hem zijn levensadem in te blazen. De mens krijgt een ereplaats temidden van de schepping. In de tuin van Eden is het allemaal heerlijk. Maar we krijgen ook de zondeval te horen, de mens die niet tevreden is met al het heerlijke dat God hem geeft. De mens die God wil zijn en die in zijn hoogmoed diep valt. Plots is hij nergens meer, naakt en verlaten van alle heerlijkheid, veroordeeld tot een bestaan dat als een loodzwaar gewicht op zijn schouders zal wegen. De oude mens is opgestaan of liever de nieuwe mens is gevallen.

Paulus duidt dit alles in de tweede lezing. ‘Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en met de zonde de dood (…) dor de ene mens, Jezus Christus, is de vergeving geschonken en het nieuwe leven’. De oude Adam wordt door de nieuwe Adam teniet gedaan. De oude mens die gebukt gaat onder zijn eindigheid en zondigheid wordt bevrijdt door de nieuwe mens die Gods genade rijkelijk schenkt en daardoor, zegt Paulus, wordt alles nog heerlijker dan tevoren.

Die nieuwe mens wordt door de Geest geleid naar de woestijn om zoals de oude mens beproefd te worden. De oude Adem ging meteen overslag, de nieuwe Adam niet. Het begin van Jezus’ openbare leven zal zuiver zijn in gehoorzaamheid aan zijn Vader, de heilige Geest is sterker in Hem dan de aanlokkelijke aanbiedingen door de verleider.

En wij? Wij zijn dankzij Jezus’ gehoorzaamheid tot het uiterste, tot op het kruis, verlost en in ons doopsel tot de nieuwe mens herboren. De oude mens in ons is begraven door het afdalen in het doopwater, drie maal, zoals Jezus drie dagen in het graf lag. We zijn met Christus verrezen en hebben het heerlijk witte doopkleed aangetrokken om te toenn wie wij zijn: zuivere, nieuwe, heerlijke mensen… ‘als de Heer’. We worden weliswaar op de proef gesteld door verleidingen en verleiders, maar we bidden in het Onzevader dat God ons niet zwaarder zou beproven dan we aankunnen, dat we staande zouden blijven als nieuwe mensen. We kijken deze zondag naar Jezus, de nieuwe mens en zien hoe HiJ staande blijft onder de verleidingen die toen niet anders waren als nu. Blijven wij staan? Of vallen we liever zoals de oude mens? Maar gelukkig, kunnen we dankzij onze Verlosser, niet meer zo diep vallen als de oude Adam. We zijn immers gedoopt tot de nieuwe Adam

Reageer

velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.

wordt niet getoond