3 december 2014
De Advent is de tijd van de dubbele verwachting: het groeien naar het gedenken van de eerste komst van de Mensenzoon met Kerstmis én het verwachten van zijn wederkomst aan het einde der tijden. De eerste verwachting ligt ons tamelijk goed, die kennen we want het wordt ieder jaar Kerstmis en we bereiden ons daar op voor. Liturgisch met de vieringen van de Advent, symbolisch met het maken van een adventskrans en het ontsteken van kaarsen, familiaal met het voorbereiden van het kerstdiner en het verzamelen van geschenken, maatschappelijk door aandacht voor de minderbedeelden dichtbij met acties als Welzijnszorg en opvang en hulp aan armen. Er is ook een spirituele voorbereiding die wel eens tussen de plooien valt. We mogen ons afvragen wat de eerste komst van Christus voor ons nu betekent. Is zijn verkondiging van het Rijk Gods doorgedrongen in ons leven? Heeft het evangelie een impact op mijn bestaan? Als we straks Kerstmis vieren en het Kind in de kribbe aanbidden, nemen we Hem dan ook op als Gods reddende aanwezigheid in ons leven en samenleven?
De tweede verwachting die ligt veel verder van onze ervaring. De wederkomst van Christus en het einde der tijden dreigen ‘ver van ons bed’ te zijn en we voelen dan ook geen haast om ons daarover zorgen te maken. Nochtans legt de liturgie van de Advent daar de klemtoon op. Aan de hand van de profeten en de grote adventsfiguren, maar ook met de eerste komst van Christus en zijn evangelie, mogen wij groeien in die verwachting en leven en liefhebben met het Rijk Gods voor ogen. De apostel Petrus scherpt de verwachting aan in zijn brief die we horen op de tweede adventszondag: ‘De Heer talmt niet met zijn belofte zoals sommigen menen, maar Hij heeft geduld met u daar Hij wil dat allen tot inkeer komen en dat niemand verloren gaat’ (2 Petrus 3, 9). God doet verder met het bouwen van zijn Rijk ondanks onze traagheid, maar zijn geduld is erop gericht om iedereen mee te nemen in zijn plan.
Als we daar nu eens een voorbeeld aan namen… aan de methode van de Heer: voortdoen, maar met geduld opdat niemand uitgesloten wordt. In onze plannen, in onze relaties, in onze omgang met elkaar, in ons gemeenschap zijn… verder willen, voort doen, maar niet ten koste van de andere. We zouden ook kunnen stilstaan, maar dat is hetzelfde als het opgeven. Geduld heeft maar zin als er niet wordt opgegeven, als de toekomst wordt gezien en een kans krijgt. Geduld kan ook maar als er liefde is voor de toekomst en voor de ander. Zonder liefde geen geduld, maar ook geen toekomst. Met Kerstmis vieren wij dat Gods liefde voor de mensen onder ons is komen wonen. Laten wij die liefde dankbaar opnemen om op onze beurt de toekomst van Gods Rijk mogelijk te maken, samen!
Door ronny geerts 03/10/26 (11 jaren geleden)
re: De Heer talmt niet, maar Hij heeft geduld
tnx
mee eens
ronny (Evangelisch Kerk)
toevallig kwam ik hier terecht, ik had deze tekst in gedachten, maar de juiste plaats in het NT wist ik even niet, daarom zocht ik via google en zo kwam ik hier. fijne dag gewenst
doe de groeten aan mijn vroegere (fijne en goede) Harolbaas Guido