18 februari 2015
We hebben de veertigdagentijd ingezet, de voorbereidingstijd op het Pasen van de Heer. Het is de jaarlijks weerkerende retraite van alle christenen die door hun doopsel met Christus zijn gestorven en herboren. Veertig dagen lang mogen wij kijken naar Christus om te ontdekken wie wij zijn. Veertig dagen gaan we op weg naar Jeruzalem om de passie van de Heer opnieuw te beleven. Jezus heeft voor ons geleden, is voor ons op het kruis gestorven opdat wij door Hem eeuwig leven zouden ontvangen. Dat eeuwig leven is begonnen met ons doopsel, ons Pasen.
De veertigdagentijd is dan ook niet alleen een tijd van inkeer, van bekering, van ommekeer, maar op de eerste plaats een tijd van dankbaarheid omdat wij in Jezus leven ontvangen, eeuwig leven. Ons leven zoals wij het ervaren drukt wel eens op ons als een kruis. Als we kijken naar onszelf en zien wat wij er maar van maken, hebben we wel eens de bekoring om de moed te laten zakken. ‘Het is zo en het blijft zo’, zeggen we dan flink en toch moedeloos. We drukken het ook nog anders uit: ‘Dit is mijn leven en als het gedaan is, is het uit.’ In beide gevallen is het leven uitzichtloos, een doodlopend straatje. Maar het drukt ook uit dat niemand onverschillig staat ten opzichte van het eigen leven en dat van anderen. Hoe flink we onze ‘waarheden’ ook uitkramen, ze verhullen niet dat wij het er moeilijk mee hebben om te leven alsof dit het nu is, alsof dit nu ‘alles’ is of in sommige gevallen ‘niets’.
De veertigdagentijd daagt ons uit om verder te kijken. Nodigt ons uit om de blik van God over ons leven te ontdekken. Jezus heeft die blik en schenkt ons in zijn eigen leven, lijden en sterven het antwoord van God op ons leven. Alles wat Jezus als mens heeft meegemaakt en wat we in deze tijd gaan horen en vooral in de Goede Week zullen zien, is herkenbaar voor ons: lijden, verraad door zijn vrienden nog wel, verloochening (door diezelfde vrienden), eenzaamheid, spot, de dood… Maar alles wat God zal tonen in zijn Zoon, is eveneens herkenbaar voor de christen: vergiffenis, verbondenheid, opstanding tot eeuwig leven. Het is dus een tijd om ons zogenaamd realistische bril af te zetten en de bril van het evangelie op te zetten en te zien wat er gezien moet worden. De werkelijkheid die God met zijn Zoon voorheeft, is dezelfde als die Hij met ons voorheeft. Ze gaat verder dan hier en nu, ze eindigt niet met het menselijke verhaal van vallen en opstaan tot je niet meer kunt. Het is de werkelijkheid waarin niet ons kunnen en falen, maar Gods kunnen tot zijn recht komt. Het is de ultieme toets van Jezus Rijkgodsverkondiging: het eeuwige leven bij de Vader.
We krijgen veertig dagen om onze blik te verruimen, te vernieuwen, te zuiveren. Die lange tijd hebben we nodig om te kunnen zien, eindelijk. Daarin zit de ware bekering, inkeer en ommekeer. De boodschap van Jezus op de eerste zondag van de veertigdagen is duidelijk: ‘Bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap’, het is dezelfde boodschap die wij ontvangen als de asse op ons hoofd wordt gelegd met aswoensdag en wij erkennen dat wij nood hebben aan de Blijde Boodschap. Voor iedereen een zalige veertigdagentijd.