23 april 2014
Wij zijn de paastijd van 50 dagen ingegaan. Tot en met Pinksteren zijn de 'alleluia's' niet uit de lucht in de liturgische vieringen. We kunnen er ons niet genoeg over verwonderen dat Christus leeft! Dat Hij die werd verraden door zijn leerlingen, gekruisigd werd en opgesloten in een rotsgraf nu leeft en hoe! De verrezene is dichter bij zijn leerlingen – die van toen en die van nu – dan ooit. Wij mogen hem ontmoeten in de eucharistie als Hij tot ons spreekt en het brood met ons breekt. Zoals de leerlingen van Emmaüs mogen wij ervaren dat ons hart brandt van verlangen als Hij met ons is. Hij toont zijn wonden aan de ongelovige Thomas van toen en aan die van nu! Het is geen spook dat wij aanbidden, maar de levende zelf! En Hij zal nog dichter bij ons komen. Hij zal in ons wonen als Hij met Pinksteren de Heilige Geest schenkt. We kunnen er ons niet genoeg over verwonderen hoe nabij God is in zijn Zoon.
Maar zingen wij het ook uit van blijdschap? Want deze tijd tussen Pasen en Pinksteren is de tijd van hoop en vreugde. We lezen zondag na zondag niet alleen hoe de leerlingen de verrezen Heer ontmoeten, wij lezen in de handelingen van de apostelen hoe zijn aanwezigheid de leerlingen aanvuurt tot Blijde Boodschappers. Zij kunnen niet zwijgen over Jezus die hen heeft geroepen en gezonden, die hen heeft vervuld van zijn Geest. Ze moeten zingen en verkondigen dat Hij leeft, ze tonen het zelfs in de wonderen die zij verrichten. Het grootste wonder is nog wel dat zij die Hem alleen hebben laten sterven op het kruis, nu in Hem geloven met hart en ziel. De verrijzenis van de Heer is voor hen het verschil tussen angst en vreugde, tussen twijfel en zekerheid, tussen zwijgen en spreken. Eindelijk zijn ze zijn leerlingen en doen ze wat hij hen heeft voorgedaan; zeggen ze wat Hij hen heeft verkondigd. Zij leven niet langer, Christus leeft in hen, om het met Paulus uit te drukken. Christus leeft dus en hoe! Hij leeft in de nieuwe twaalf, die van toen en die van nu! Hij leeft in ieder van ons en hoe!